
Blauwe plekken alleen tijdens repetitieperiode
Dansvoorstelling 'íSA lijkt heftige chaos, maar iedere gevaarlijk ogende beweging is tot in detail geregisseerd
> Het Tilburgse gezelschap T.r.a.s.h. maakt 'blauwe-plekkendanstheater'.
> Op Julidans gaat de nieuwe voorstelling in íSA premiere

fotografie : © Leo van Velzen
“Doe maar vanaf de solo knuffelbeertje”, zegt Kristel van Issum in de dansstudio in Tilburg. Knuffelbeertje? De kleine donkere danseres Tegest Pecht Guido stoot dierlijke oerklanken uit het diepst van haar keel uit. Ze krijgt tussen de fysieke verkrampingen en stuiptrekkingen door nauwelijks de teksten uitgesproken. Over hoe eenzaam ze is. De liefde die maar niet wil lukken. En dat bloed, haar Afrikaans bloed, goed is.
Dit is het universum van het gezelschap T.R.A.S.H. Rauwe, dynamische punkdans, ook wel te omschrijven als 'blauweplekkendanstheater'. De zeven dansers vallen in de nieuwe voorstelling íSA snoeihard op de vloer, ze gooien en smijten met elkaars lichamen. "De blauwe plekken zijn er alleen mondjesmaat in de repetitieperiode", zegt Van Issum, "het lijkt een heftige chaos op toneel, maar iedere voor het publiek gevaarlijk ogende beweging is tot in detail geregisseerd. We gaan er juist prat op geen blessures te hebben."
Het contrast tussen de voorzichtig naar woorden zoekende theatermaakster en haar bijna gewelddadige universum kan niet groter. Liever zou ze over haar zeventien maanden oude dochter Nina praten dan over haar werk. Want Van Issums voorstellingen gaan over voor haar lastig te verwoorden onderwerpen als het morele vacuüm waarin de samenleving zich volgens haar bevindt. "Ik zoek steeds de fysieke risico's op.Dat heeft te maken met de leegte die zich aan de mens opdringt, ik vind die gewelddadig. In onze samenleving hebben waarden geen waarde meer. Er heerst een morele bewusteloosheid, een morele stilte. Eén druk op de knop en de wereld blaast zichzelf op. In ons werk dringt zich telkens opnieuw die leegte en angst op. íSA gaat over het zinloze en het onproductieve, maar ook over de roes en de extase. Dat moet je maar niet opschrijven, maar je kunt de voorstelling als een trip ervaren."
De naam T.R.A.S.H. is een verwijzing naar die zinloosheid en de wegwerpcultuur waarin we volgens het gezelschap leven. Afkomstig uit de ondergrondse rockscene van Tilburg, begon theaterwetenschapper Kristel van Issum in 2001 samen met componist Arthur van der Kuip en decorontwerper Paul van Weert performances te maken. Ze experimenteerden in een fabriek, aanvankelijk zonder publiek, maa rin 2005 werd hun voorstelling Pork-in-Loop een hit. Net als To File For Chapter 11, een jaar later. De voorstellingen sloegen zo goed aan dat T.R.A.S.H. nu internationaal gecoproduceerd wordt door het Festival van Marseille en het nieuwe Festival Antartica van Productiehuis Brabant.
Eigenhandig verbouwden ze hun ruime studio met werkplaats op NS16, de Tilburgse kunstenaarsenclave langs het spoor waar ook popgroep Krezip huist. Tijdens de repetitie in het witte decor wisselen de dansers vaak van identiteit en rol door doorlopend pruiken te wisselen. Teksten ('why am I not special for you?') gulpen als kreten omhoog uit de lichamen. In elke hoek kronkelt een danser (of stort neer), kleedt zich om, staat stil om te exploderen, of gaat een duet aan. In één scene zingt danser José Agudo een flamencolied dat vermengs is met joodse gebedsbewegingen en dito muziek. Aan de zijkant van de dansvloer zitten een violiste, een cellist en een countertenor. Ze zingen en spelen live hedendaagse klassieke muziek van componisten Arthur van der Kuip en Jeroen Strijbos. Van der Kuip zegt over de weldadige muziek: "Ik breng de middeleeuwse muziek uit de lage landen in verband met compositietechnieken uit de 20e eeuw. De muziek biedt, omdat het zo'n contrast is met wat er op de vloer gebeurt, de nodige troost."
Omdat ze weleens te horen kregen dat hun theatervrom wel erg extreem en overdonderend was, is er in íSA nu ook ruimte voor verstilling. Kristel van Issum: "Het zou aanvankelijk gaan om de Scanidnavische ijsgodin Isa, als symbool voor het goede en zuivere, maar dat hebben we losgelaten. De voorstelling gaat uiteindelijk over identiteit, de essentie van het mens-zijn. En over datgene waarop we in ons leven geen grip krijgen. Er is een link met het rijk der doden. de onderwereld of een soort vergetelheid. Ik put uit de levens en achtergronden van de dansers. Al die beelden en teksten geef ik vorm in een voorstelling. Eigenlijk ben ik geen choreograaf of regisseur. Ik ben eerder een beeldenmaker."
Ingrid van Frankenhuyzen - 01.07.2008 |